35
Op maandagmiddag ging Fran bij Bella langs. Dat was ze het hele weekend al van plan geweest. Ze wist niet goed wat ze voor Bella kon betekenen, maar de dood van iemand die nog zo jong was, mocht niet ongemerkt voorbijgaan. Dat vroeg om bepaalde rituelen. Ze wist dat Bella er ook zo over dacht. Fran vermoedde dat ze als een koningin in de Manse zou zitten te wachten tot er mensen langskwamen. Dat betekende niet dat Bella niet oprecht treurde, want voor haar was Roddy als een kind, net zoals Cassie dat voor Fran was, maar ze zou er waarschijnlijk wat dramatiek aan toevoegen. Ze zou het geheel tot kunst verheffen, tot iets magnifieks.
Er zaten een paar journalisten bij de Manse. Zo te zien waren ze niet van hier. Met hun grote camera’s namen ze wat foto’s van de oude pastorie en zaten ze ogenschijnlijk tevreden in de zon. Er stond ook een agent in uniform bij, die zeer genoeglijk met de journalisten aan het kletsen was. Toen Fran zei dat ze bij Bella op bezoek wilde, liet hij haar met een wuivend gebaar door. Ze dacht dat ze hem weleens op een feestje van Duncan had gezien. Dat leek een eeuwigheid geleden.
Bella deed de deur open, en zoals Fran had verwacht, was ze stijlvol gekleed, zoals altijd enigszins theatraal. Vandaag droeg ze een lange plooirok van donkerrood neteldoek, met daarop een witte, katoenen bloes met stiksels. Hierdoor kreeg ze iets exotisch en leek ze op een flamencodanseres of een zigeunerin. Fran voelde zich schuldig dat ze het eerst aan zulke triviale dingen moest denken, maar aan de andere kant wilde Bella juist dat haar kleding werd gezien. Fran vroeg zich af of het passend zou zijn om haar daar een complimentje over te maken, maar besloot het niet te doen. Bovendien wist Bella zo ook wel dat ze er goed uitzag.
‘Ik kom even kijken hoe het met je gaat,’ zei ze. ‘Waarschijnlijk kan ik niets voor je betekenen, en als je liever alleen wilt zijn, moet je dat zeggen, hoor.’
‘Nee.’ Bella deed een stap achteruit. Haar gestalte stak af tegen het oude kerkraam. ‘Gezelschap kan ik wel gebruiken. Anders zit ik toch maar de hele tijd te piekeren. Heb je al geluncht? Aggie Williamson komt aldoor eten brengen, dingen die ze zelf heeft gebakken, of prachtige hapjes die Martin heeft klaargemaakt, maar ik moet niet aan eten denken.’
Fran zag dat ze iets magerder was geworden. Ze had holle ogen en haar jukbeenderen staken hoekig af onder haar tere huid. Ze had zich wel opgemaakt, maar heel subtiel, met weinig oogschaduw. In haar situatie zou ik precies hetzelfde doen, dacht Fran. Anders zou ik helemaal instorten.
Bella praatte verder. ‘Zullen we thee gaan drinken? Misschien met een plak cake erbij? Vind je het erg als we in de keuken gaan zitten?’
Fran moest denken aan de laatste keer dat ze samen in de keuken hadden gezeten en over de briefjes hadden gepraat, waarop stond dat de expositie niet doorging. Bella was furieus geweest. De opening had toen nog ontzettend belangrijk geleken.
‘Weten ze al waarom Jeremy Booth die briefjes heeft uitgedeeld?’ vroeg Fran.
‘Dat zul jij toch beter weten dan ik.’ Heel even was daar de oude Bella weer, geamuseerd, gevat. ‘Jij hebt toch iets met Jimmy Perez?’
‘Zulke dingen bespreekt hij niet met mij.’
‘Ik heb me zitten afvragen waar ik Booth eventueel van zou kennen,’ zei Bella. ‘De laatste dagen denk ik vaak over het verleden na. Ik zie de dingen nu plotseling veel scherper, helderder. Het verleden lijkt ineens stukken prettiger dan het heden, en nu Roddy er niet meer is, heb ik weinig van de toekomst te verwachten. Het maakt me allemaal niet zoveel meer uit. Misschien kende ik die man toch wel ergens van.’
‘Maar je hebt je werk toch nog?’ Dat zou mij in elk geval op de been houden, dacht Fran. Plus de trots om me niet te laten kennen.
‘O ja, dat blijft.’
‘Heb je enig idee waar je Booth dan van zou kennen?’
‘Vroeger kwamen hier heel wat mensen over de vloer,’ zei Bella vaag. ‘Mensen die dan een paar weken in mijn leven verschenen en vervolgens weer verdwenen. Studenten, kunstenaars. De energie die die mensen met zich meebrachten, vond ik prettig, en soms vroeg ik of ze een tijdje wilden blijven. Ik had per slot van rekening dit grote huis tot mijn beschikking. En ik was dol op feestjes. Net als die ex van jou. Dus waarom niet?’
‘Zou Booth een van die logés geweest kunnen zijn?’
‘Misschien wel.’ Ze nam een hapje van haar plakje vruchtencake. ‘Misschien is Peter Wilding hier toen ook geweest. Dat had ik me nog niet eerder gerealiseerd. Nu Roddy dood is, moet ik steeds denken aan wat er vroeger gebeurd is en komen er herinneringen boven. Als Booth inderdaad de man is die ik in gedachten heb, is hij niet veel veranderd. Maar in de zomer waarin hij hier volgens mij was, was ik niet gelukkig. Ik denk dat ik het allemaal heb willen verdringen. Bovendien weet ik niet meer precies wat er toen is gebeurd.’ Ze leek te merken dat ze enigszins onsamenhangend praatte, keek op en schonk Fran een kort, kwajongensachtig lachje. ‘Ga je dit nu aan Jimmy Perez doorvertellen?’
‘Heb je liever van niet?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Als je er maar bij zegt dat ik het niet helemaal zeker meer weet. En Wilding heeft nooit gezegd dat hij hier vroeger is geweest. Dat is toch raar? In zijn eerste brief aan mij, toen hij schreef hoe geweldig hij mijn schilderijen vond, heeft hij daar niets over vermeld. Uiteraard was ik zeer ingenomen met zijn brief. We krijgen allemaal graag een complimentje. Maar als hij hier al een keer geweest was, zou je toch verwachten dat hij daar iets over zou schrijven? Iets met een beetje zelfspot misschien, iets hoopvols. U zult wel niet meer weten wie ik ben, maar u bent ooit zo vriendelijk geweest me onderdak aan te bieden. Maar wie weet heb ik het wel helemaal verkeerd. Als we verdrietig zijn, hebben we de neiging de dingen een beetje door elkaar te halen. En het komt natuurlijk ook doordat het ’s nachts maar niet donker wil worden.’
‘Denk je dat Jeremy Booth en Peter Wilding hier tegelijkertijd waren?’
Het bleef lang stil voordat Bella antwoord gaf.
‘Weet je, volgens mij wel. Het was zomer, net als nu, en het was ongewoon heet voor de tijd van het jaar. Het hele huis zat vol. Roddy’s ouders woonden toen nog in Lerwick, maar in het weekend was hij meestal bij mij, en Alec heeft toen ook een paar weken in het ziekenhuis gelegen. Ik weet nog dat ik op een dag een eind met hem ben gaan zwemmen. Dat had ik hem geleerd. Het komt niet vaak voor dat het zo warm is dat dat kan. En ’s avonds waren er feestjes op het strand. Kampvuurtjes, muziek. Er was altijd wel iemand die muziek kon maken. Teveel drank, teveel pillen. De jaren zestig waren natuurlijk allang voorbij, maar we probeerden die sfeer van toen weer te pakken te krijgen. De creativiteit en de vrijheid. We dachten graag dat we nog jong waren.’ Ze zweeg even. ‘Ik was toen verliefd op Lawrence Thomson. Vanaf mijn dertiende was ik al weg van hem. Misschien zelfs nog wel eerder. Ik weet nog dat we een keer zoentikkertje deden, toen we nog op dat kleine schooltje in Middleton zaten. Van alle mensen die ik toen over de vloer had, kon er niemand in zijn schaduw staan.’
Fran zweeg, al brandden er tientallen vragen op haar lippen. Bella schudde haar hoofd, alsof ze zichzelf weer in het hier en nu wilde brengen.
‘Natuurlijk gingen ze allemaal weer weg,’ zei ze, ‘zo gauw het weer omsloeg en het begon te regenen. Want ze waren niet van plan om zich aan te passen aan het gewone leven hier. Ze hadden de mond vol van authentieke culturen, maar zelf hadden ze niets op met die authenticiteit.’ Het werd even stil. ‘Zelfs Lawrence is weggegaan.’
‘Je hebt zeker geen foto’s meer uit die tijd?’
Bella leek haar niet te horen. ‘Maar ik had Roddy,’ zei ze. ‘Dat hij er was, woog ruimschoots op tegen al die lui die na verloop van tijd weer verdwenen. En toen Alec was overleden en Roddy’s moeder er met die olieman vandoor was gegaan, had ik hem helemaal alleen voor mezelf. Of dat ook opwoog tegen het feit dat Lawrence zijn biezen had gepakt? Dat weet ik niet.’
‘Heb je nog foto’s?’
Weer schudde Bella haar hoofd om de beelden van vroeger te verdrijven.
‘Ik heb er vast nog wel ergens een paar liggen,’ zei ze. ‘Niet zo heel lang geleden heeft Roddy ze nog bekeken.’
‘Zou ik ze eens mogen zien? Als je het tenminste niet erg vindt.’
‘Ik weet niet meer precies waar ik ze heb gelaten. En ik ben te moe om te kijken waar ze liggen.’
‘Ik kijk wel,’ zei Fran. ‘Waar zouden ze kunnen liggen, denk je?’ Ze merkte dat ze helemaal in de verhalen van Bella was opgegaan. De feesten op het strand, de lange zomernachten, de kunstenaars, de acteurs en schrijvers die naar Shetland reisden, voornamelijk voor Bella, als motten die op een brandende kaars afkwamen, en de vrouw die in geen van hen geïnteresseerd was, maar alleen Lawrence wilde, haar jeugdliefde, haar held. Wat zou je daar een geweldige film van kunnen maken, dacht ze. Al die bijzondere mensen in die fantastische setting.
‘Ze liggen in een oude schoenendoos,’ zei Bella. Het antwoord kwam zo snel dat Fran dacht dat ze de hele tijd al wilde dat iemand de foto’s pakte. Zelf had Bella te weinig fut of wilde ze zich er niet toe verlagen de foto’s te gaan zoeken. ‘Ze zouden heel goed in het kastje in het atelier kunnen liggen. Weet je waar het atelier is?’ Ze leunde achterover in haar stoel en maakte met haar arm een wuivend gebaar.
Fran vond het leuk om in haar eentje door het huis te lopen en even in de kamers te kijken waarvan de deur openstond. Er kwamen beelden op haar netvlies die ze in haar geheugen opsloeg om ze later in haar schilderijen te kunnen verwerken.
De foto’s lagen inderdaad op de plek die Bella had aangeduid, in een oude schoenendoos op een plank in een hoge kast van donker hout. Fran vroeg zich af of Bella ze zelf onlangs ook nog had bekeken. In de doos zat een verzameling losse foto’s die niet chronologisch gerangschikt leken te zijn. Ze waren niet meer in goede staat: de randen waren ingescheurd, de hoeken omgebogen, de kleuren verschoten en vervaagd. Het liefst zou ze ze hier allemaal op de grond leggen om te zien of er een patroon in te ontdekken viel, en of er mensen op stonden die ze kende. Maar ze waren van Bella, die dat als een inbreuk op haar privacy zou kunnen opvatten.
In de keuken schoof Bella de theepot, de kopjes en de vruchtencake van Aggie Williamson aan de kant. ‘Nou,’ zei ze. ‘Laten we ze eens bekijken.’
Zelf zou Fran de doos hebben omgekeerd om alle foto’s er in één keer uit te kieperen en ze daarna als speelkaarten uit te spreiden, maar Bella bekeek ze één voor één. Op de eerste foto stond Roddy, toen hij nog een jongetje was, met een handdoek om zich heen geslagen en met zand op zijn gebruinde gezicht. Er waren veel foto’s van Roddy, en bij elke foto vertelde Bella een verhaal. Fran hoorde alles lijdzaam aan. Op een gegeven moment begon Bella te huilen. Fran liep naar haar toe en sloeg een arm om haar heen.
Toen ze weer naar haar eigen stoel liep, wierp ze een steelse blik op haar horloge. Natuurlijk wilde ze Bella zo veel mogelijk steunen, maar ze moest wel zo weg. Cassie ging na school bij een vriendinnetje spelen, maar moest wel eerst worden opgehaald. Ze wilde Perez bellen om over de foto’s te vertellen. Eigenlijk had ze hier niets mee te maken. Dat moest ze nog leren: zich niet met zijn werk te bemoeien, geen vragen te stellen. Anders werd het nooit wat tussen hen.
Toen kwam er uit de doos een foto van een groepje volwassenen. Ze droegen feestkleding: de vrouwen lange jurken en de mannen een net shirt en een colbertje. De foto was in de tuin genomen, met het huis op de achtergrond. Iedereen stond er wat stijfjes en formeel bij. De lucht was strakblauw. Ze hadden allemaal een masker in hun hand. Het waren prachtige, rijkelijk bewerkte maskers aan een stokje. Fran kreeg het ineens heel koud.
Dat iedereen een masker had, leek Bella niet op te vallen. Ze liet de foto boven op de stapel in de doos liggen en keek ernaar.
‘Die avond kan ik me nog goed herinneren,’ zei ze. ‘Dat was vlak voordat de meesten van hen weer weggingen. We hebben toen een echt diner georganiseerd, ter hunner ere. Ik had iedereen gevraagd zich netjes te kleden, en ik had de grote tafel in de eetkamer gezet. Ik wilde het een speciaal tintje geven en kwam toen op het idee van die maskers. Wat moet dat pretentieus zijn overgekomen! Ik vond dat we er ontzettend chic uitzagen. Zo jong waren we toen al niet meer, hè? In mijn herinnering was ik toen nog piepjong, maar dat blijkt achteraf dus helemaal niet waar te zijn.’
‘Waar had je die maskers vandaan?’
‘Die had ik gehuurd van een theatergezelschap. Hetzelfde gezelschap dat nog steeds elk jaar in Lerwick komt, met een boot. Ik was toen met een van de acteurs bevriend geraakt.’
‘Hoe lang is dat geleden?’
Bella staarde voor zich uit. ‘Vijftien jaar? Roddy werd de volgende dag zes. Hij is toen hiernaartoe gekomen voor zijn cadeautjes, en degenen die waren gebleven, hadden allemaal een verschrikkelijke kater.’
‘Ken je iedereen nog?’
Bella pakte de foto uit de doos. Hij was groter dan de meeste andere kiekjes en paste er maar net in.
‘Dit ben ik. Helemaal vooraan. Uiteraard.’ Ze droeg een rode zijden halterjurk en had heel kort haar, bijna precies zoals nu. Fran moest denken aan het zelfportret waar Jeremy Booth bij de opening van de expositie zoveel belangstelling voor had getoond.
‘Je zag er beeldschoon uit.’
‘Ik had er dan ook ontzettend mijn best op gedaan,’ zei ze. ‘Tjonge, nou! Ik was namelijk zo gek om te denken dat Lawrence me die avond ten huwelijk zou vragen.’
‘Staat hij er ook op?’
‘Nee,’ zei Bella kortaf. ‘Ik had hem wel voor het diner uitgenodigd, maar hij is niet komen opdagen.’
‘Is dat Peter Wilding niet?’ Fran draaide de foto naar zich toe. ‘Die man die naast jou staat.’ Hij had een donkere bos haar en zag er nors maar toch aantrekkelijk uit.
‘Zou je denken? Als hij het inderdaad is, is hij in de loop der jaren wel wat dikker geworden. Hij zou het best kunnen zijn. Kijk maar naar die neus.’
‘Weet je zeker dat je hem niet herkende toen hij hiernaartoe kwam en het huisje van je wilde huren? Zoveel is hij toch niet veranderd?’
‘Vind je? Ik weet zeker dat hij me niet bekend voorkwam. Zoals ik al zei, wilde ik liever niet aan die zomer herinnerd worden. Bovendien had het geen zin om in het verleden te blijven hangen. Door Roddy kon ik me op de toekomst richten.’
Fran vond dat Bella te veel van de jongen verwacht had; voor haar geluk was ze volledig van hem afhankelijk geweest. ‘Staat Jeremy Booth er ook op?’
Bella draaide de foto naar zich toe. ‘Moeilijk te zeggen, hè? Ik heb hem op die avond in het Herring House maar heel even gezien. Wie zou het dan moeten zijn? Deze man misschien?’
‘Deze?’
‘Ja. Vanwege het lange gezicht en de tamelijk smalle neus. Hier heeft hij natuurlijk nog meer haar. Eigenlijk was het veel te lang, zelfs voor die tijd. En hij heeft een baard. Echt zo’n bohemien.’
‘En je kunt je niets meer van hem herinneren? Zelfs die naam zei je niets?’
‘Volgens mij is hij hier niet lang geweest. Hooguit een paar dagen. Dat gebeurde wel vaker. Mensen kwamen een tijdje en gingen dan weer weg. Ik zat toen vaak in Glasgow, waar ik gastdocente op de kunstacademie was. Dan dronk ik weer te veel op feestjes en nodigde ik allerlei mensen uit om te komen logeren.’
Ze leunde achterover in haar stoel en deed haar ogen dicht. Fran vermoedde dat ze weer beelden van die zomer voor zich zag.
‘Het zou kunnen dat hij die goochelaar was,’ zei ze. ‘Hij heeft toen een show voor Roddy opgevoerd, die daar natuurlijk erg van onder de indruk was. Het was ontzettend aardig van hem. Ik beschouwde hem zo’n beetje als mijn privéacteur. Hij zei dat hij verliefd op me was.’ Ze zei het op een toon alsof het niets voorstelde, alsof dergelijke dingen haar dagelijks overkwamen. Ze zweeg even. ‘Hij hield erg van practical jokes, weet ik nog, die niet altijd van even goede smaak getuigden. Die briefjes waarop stond dat de expositie niet doorging, zou typisch iets voor hem geweest kunnen zijn. Een manier om wraak te nemen. Maar waarom zou hij daar al die tijd mee hebben gewacht? Hij is toch niet alleen naar Shetland gekomen om mij een loer te draaien?’ Er lag een zelfvoldane toon in haar stem. Blijkbaar was ze ingenomen met het idee dat hij haar al die jaren niet kon vergeten.
‘Is er iets gebeurd toen ze hier allemaal in de Manse logeerden?’ vroeg Fran. ‘Iets wat na al die jaren tot deze moorden kan hebben geleid?’
‘Nee,’ zei Bella. ‘De avond waarop die foto is genomen, was eigenlijk een anticlimax. We hadden ons opgedoft en gingen met z’n allen aan tafel. De volgende ochtend had ik een kater en een keuken vol afwas. Geen drama. Helemaal niets.’
‘Mag ik deze foto aan Jimmy laten zien?’
‘Waarom ook niet?’
Ze klonk heel moe, alsof niets er nog toe deed.